KSA, Koa en Cruks: wat zeven afkortingen uit het Nederlandse vergunningstelsel betekenen
Sinds 1 april 2021 kent Nederland een vergunningstelsel voor spelen die op afstand worden aangeboden. Daarvoor bestond die route niet: wie online speelde, deed dat bij een aanbieder zonder Nederlandse vergunning voor spelen op afstand. De wet die het stelsel invoerde, dateert van 20 februari 2019 en is op 27 maart 2019 uitgegeven in Staatsblad 2019, 127. Met dat stelsel kwam een heel alfabet mee. In algemene voorwaarden, privacyverklaringen en nieuwsberichten staan sindsdien letters die zelden worden uitgeschreven, zoals KSA, Koa, Cruks, RTP, KYC, AVG of Wwft. Het gaat niet om internetjargon. Het zijn verkortingen van instanties en van wetten, en daarmee horen zij thuis in een woordenboek. Hieronder staat per stuk wat de letters voluit betekenen en waar u de uitgeschreven vorm zelf kunt naslaan.
Koa is de wet, KSA is de toezichthouder
“Koa” staat voor kansspelen op afstand en is de ingeburgerde verkorting van die wijziging van de Wet op de kansspelen. “KSA” is de gangbare afkorting van de Kansspelautoriteit, het bestuursorgaan dat vergunningen verleent en overtredingen beboet. Dat onderscheid is niet cosmetisch. De Koa levert het instrument en de Kansspelautoriteit past het toe. Een voorwaarde zoekt u dus in de wettekst. Of een aanbieder over een vergunning beschikt, blijkt uit het openbare register van de toezichthouder.
Wat een Koa-vergunning volgens de KSA dekt
Wat die twee afkortingen in de praktijk doen, blijkt het duidelijkst uit dat register. De verleende vergunningen staan er gerangschikt per categorie, en een van die categorieën heet daar letterlijk “Casinospelen waarbij de spelers tegen de vergunninghouder spelen”. Die formulering benoemt wie in zulke spelen de tegenpartij van de speler is. Dat is de vergunninghouder zelf. Onder die omschrijving vallen onder meer de speeltafels met een menselijke croupier die via een videoverbinding worden uitgezonden. In de omgangstaal heet dat vergunde aanbod samen een live casino in Nederland: een naam die in geen enkele wettekst voorkomt, maar die naar precies deze categorie verwijst. Welke aanbieders eronder vallen en tot wanneer hun vergunning geldt, staat bij naam in datzelfde openbare register.
RTP is een ontwerpgetal, geen voorspelling
“RTP” is de afkorting van return to player. Die aanduiding beschrijft welk deel van alle inzetten een spel over grote aantallen ronden aan spelers teruggeeft. Het getal hoort bij het ontwerp van het spel en gaat over de lange duur. Een uitslag voor een enkele avond voorspelt het niet.
Registratie rust op drie afkortingen
Voordat er gespeeld kan worden, moet een aanbieder weten wie zich aanmeldt. “KYC” komt uit het bankjargon en betekent know your customer, oftewel het vaststellen van de identiteit van de klant. De Nederlandse verankering daarvan draagt de afkorting “Wwft”, voluit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Dat is de wet van 15 juli 2008 waarin de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties zijn samengevoegd.
Die twee samengevoegde titels verklaren de kern van de wet, namelijk identificatie vooraf en melding achteraf. Identificatie is daarmee een wettelijke plicht en geen huisregel van een bedrijf. In de aanhef van de wet staan die oude namen trouwens nog altijd vermeld.
“AVG” hoort in dezelfde alinea van de kleine lettertjes thuis. Die drie letters staan voor Algemene verordening gegevensbescherming, de Nederlandse naam van Verordening (EU) 2016/679. De Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming van 16 mei 2018 regelt de toepassing ervan in Nederland. Beide teksten gelden naast elkaar. Een identiteitsbewijs dat bij aanmelding wordt opgevraagd, valt onder twee regimes tegelijk. Gevraagd wordt het op grond van de ene wet, bewaard onder de voorwaarden van de andere.
Cruks is een register, geen keurmerk
“Cruks” is de kortste van de zeven en tegelijk de meest misbegrepen. Voluit heet het Centraal register uitsluiting kansspelen, een register van de Kansspelautoriteit waarop iedere vergunninghouder aangesloten moet zijn. Wie erin staat, wordt bij alle vergunde aanbieders tegelijk geweerd: zij moeten het register raadplegen voordat iemand wordt toegelaten. Een speler kan zich op eigen verzoek laten inschrijven, en daarmee is het register ook het officiële instrument waarmee iemand het eigen spelen stopzet. Daarnaast kan de Kansspelautoriteit een speler inschrijven op verzoek van een ander: volgens haar beleidsregels kan “een gezinslid of werkgever, maar ook een aanbieder van kansspelen” daarom vragen. De aansluitprocedure voor vergunninghouders staat beschreven in module H0 en in paragraaf 12 van de Beleidsregels vergunningverlening kansspelen op afstand 2026. Op 20 juli 2026 maakte de Kansspelautoriteit een boete van 25.000 euro bekend voor het toelaten van spelers die in Cruks staan.
Vrijwel elke bepaling in de kleine lettertjes hangt aan een van deze zeven letterreeksen, van de wettelijke grondslag tot het uitsluitingsregister. Wie ze uit elkaar kan houden, hoeft niet af te gaan op wat een aanbieder zelf over zijn status zegt. Het naslagwerk staat open bij de Kansspelautoriteit en in het Staatsblad. Opzoeken kost niets.