De afkortingen in spelregels die niemand uitlegt
Open een handleiding van een modern bordspel en je stuit binnen twee bladzijden op iets als: “1 VP per 3 res., max. 2x p.r.” Wie het spel kent, leest dat vloeiend. Wie het niet kent, staart naar een regel die in theorie Nederlands is.
Spelregels zitten vol afkortingen, symbolen en vaktermen, en vrijwel geen enkele uitgever legt ze systematisch uit. Dat is jammer, want het is precies de reden waarom mensen na twintig minuten de doos weer dichtdoen.
Waarom handleidingen zo dichtgetimmerd zijn
Er zit een praktische reden achter. Een handleiding moet in de doos passen, moet vaak in acht talen verschijnen en moet elke situatie afdekken die aan tafel kan ontstaan. Dat drukt de tekst samen.
Bovendien schrijft de ontwerper voor zichzelf. Iemand die twee jaar aan een spel heeft gewerkt, ziet niet meer welke termen hij onderweg heeft verzonnen. “VP” is voor hem geen afkorting maar een woord.
Het gevolg is een tekst die perfect leesbaar is voor wie hem niet nodig heeft.
Vier categorieën die door elkaar lopen
De verwarring wordt groter doordat er verschillende soorten verkorting naast elkaar staan.
Er zijn internationale afkortingen die onvertaald blijven, zoals VP voor victory points, ook in Nederlandstalige edities. Er zijn Nederlandse initiaalwoorden die per uitgever verschillen. Er zijn iconen die een handeling voorstellen zonder woord. En er zijn gewone taalkundige afkortingen als “evt.”, “excl.” en “min.” die je overal tegenkomt en die in een spelcontext ineens dubbelzinnig worden. Betekent “min. 2” nu minimaal twee of minus twee?
De spelling van gewone afkortingen ligt wél vast
Voor die laatste groep bestaat gelukkig een duidelijke norm. Op Taaladvies.net, een samenwerking van de Nederlandse Taalunie, Team Taaladvies, het Genootschap Onze Taal en het Instituut voor de Nederlandse Taal, vind je antwoord op concrete vragen over taal en spelling, inclusief de regels rond punten in afkortingen, meervoudsvormen en het gebruik van hoofdletters.
Dat lost het jargonprobleem niet op, maar het lost wel de helft van de irritatie op. Veel onduidelijkheid in Nederlandse spelregels komt niet van speltermen maar van slordig gespelde gewone afkortingen, waarbij dezelfde verkorting binnen één handleiding op drie manieren wordt geschreven.
Wat een goede uitleg anders doet
Vergelijk een uitgeversregel met een goede online uitleg van hetzelfde spel en het verschil valt meteen op. De uitleg schrijft termen de eerste keer voluit, herhaalt de betekenis bij het eerste gebruik in een nieuw hoofdstuk, en zet de volgorde van het spel voorop in plaats van de volledigheid.
Dat is de reden dat mensen die de doos al hebben, alsnog online zoeken. Ze willen niet meer informatie, ze willen dezelfde informatie in een andere volgorde.
Voor de bekende klassiekers werken de spelregels op Playiro volgens dat principe: stap voor stap, met de veelgestelde twijfelgevallen apart behandeld en een PDF die je tijdens het spelen open kunt houden. Voor een avond waarop de helft van de tafel het spel niet kent, is dat praktischer dan het boekje uit de doos.
De vijf afkortingen die je het vaakst tegenkomt
Een korte inventaris voor wie regelmatig speelt.
VP staat voor victory points, oftewel overwinningspunten, en blijft in vrijwel alle talen ongewijzigd. AP is action points. RES of RSS staat voor resources, grondstoffen. TU of BRT betekent beurt, afhankelijk van de uitgever. En p.r. of p.s.r. betekent per ronde of per speler per ronde, wat een wezenlijk verschil is dat regelmatig fout gaat.
Die laatste is berucht. Een effect dat één keer per ronde mag, is iets heel anders dan een effect dat elke speler één keer per ronde mag, en de meeste tafels ontdekken dat verschil pas halverwege.
Waarom vertalingen het erger maken
Een tweede bron van verwarring zit in de vertaalslag. Veel spellen worden in het Engels ontworpen en daarna vertaald, waarbij de afkortingen vaak ongemoeid blijven omdat ze in de illustraties staan.
Zo ontstaat een Nederlandse handleiding waarin de tekst netjes is vertaald maar de kaarten nog VP en AP tonen. De speler moet dan twee systemen tegelijk onthouden: het Nederlandse woord uit de tekst en de Engelse afkorting op het materiaal.
Nog vervelender wordt het bij afkortingen die in beide talen bestaan met een andere betekenis. “MIN” is daar het klassieke voorbeeld van, en er is geen enkele conventie die bepaalt welke lezing de juiste is.
Wat uitgevers wel goed doen
Het is niet allemaal kommer en kwel. Er is de afgelopen jaren een duidelijke verbetering zichtbaar bij uitgevers die twee documenten meeleveren in plaats van één.
Het eerste is een korte startgids die je door de eerste partij loodst, in de volgorde waarin je de handelingen uitvoert. Het tweede is een naslagdeel op alfabet, bedoeld om tijdens het spel op te zoeken. Dat is precies de goede scheiding, omdat de twee vragen ook echt verschillend zijn: hoe begin ik, en wat betekent dit ene ding.
Wie een spel koopt, doet er goed aan te kijken of die startgids erbij zit. Het scheelt aan tafel meer dan welke andere eigenschap van de doos ook.
Iconen zijn niet altijd sneller
Uitgevers zijn de afgelopen tien jaar massaal overgestapt op iconen, met als argument dat ze taalonafhankelijk zijn. Voor de productie klopt dat. Voor de speler ligt het genuanceerder.
Een icoon is pas sneller dan een woord als je het al kent. De eerste partij is met iconen juist trager, omdat je voortdurend terugbladert naar de legenda. Wie een spel één keer per jaar speelt, en dat zijn de meeste mensen, begint elke keer opnieuw bij die legenda.
Praktisch advies voor aan tafel
Lees de afkortingenlijst hardop voor voordat je begint, ook als iedereen zegt het spel te kennen. Het kost een minuut en voorkomt de discussie die anders in ronde drie losbarst.
Schrijf zelfbedachte huisregels voluit op, zonder afkortingen. Een briefje in de doos met “3 kaarten, max 1 per beurt” is over twee jaar nog leesbaar. Een briefje met “3k m1pb” is dat niet.
En als je twijfelt of een afkorting minimaal of minus betekent, kijk dan naar de context van het spel voordat je gokt. In puntentellingen is het bijna altijd minus, in voorwaarden bijna altijd minimaal.
Tot slot
Afkortingen bestaan om tijd te besparen, en in spelregels doen ze vaak het tegenovergestelde. Ze besparen ruimte op papier en kosten tijd aan tafel, wat een slechte ruil is voor iedereen behalve de drukker.
Tot uitgevers dat inzien, blijft de oplossing hetzelfde als bij elke andere onduidelijke tekst: iemand die de moeite neemt het in gewone woorden op te schrijven.